Cours 2011
LNRL B304 - Langage et société [en néerlandais]
Enseignant(s)
Laurence METTEWIE
Sander VAN DER HARST
(suppléance)
Encadrement des TP/Exercices
Objectifs
En 2011-2012 suppléance de Sander van der Harst:
De studenten kennis laten maken met de verschillende aspecten van het taalvariatie-onderzoek en ze leren kritisch na te denken over de gebruikte methodes om taalproductie en taalattitudes te onderzoeken.
Les autres années:
Amener les étudiants à analyser et réfléchir à la problématique du multilinguisme dans l'enseignement en tant que miroir des rapports entre société et pouvoir.
Le cours se donne en néerlandais, au premier semestre.
Contenu
Sinds Labov in de jaren '70 startte met zijn onderzoek naar variatie in het Engels van New York, is het taalvariatie-onderzoek uitgegroeid tot een veelzijdige en volwaardige discipline binnen de taalwetenschap. In Nederland en Vlaanderen is dit niet anders.
De huidige cursus laat in de eerste plaats zien welke vormen van taalvariatie in taalgebruik we in het Nederlands taalgebied tegenkomen. We bestuderen daarbij regionale variëteiten die verschillen wat betreft hun status (dialecten, regiolecten en Standaardnederlands), maar onderzoeken ook hoe leeftijd, sekse en stijl bronnen van variatie zijn en instrumenten kunnen zijn bij het detecteren van taalverandering. Daarnaast en vooral wordt stilgestaan bij verschillende onderzoeksmethodes die gebruikt zijn om de variatie te beschrijven en te verklaren. Waar men zich eerst op productie van taal richtte, neemt het taalattitude-onderzoek een steeds belangrijkere plaats in. Daarom worden zowel productie-, als attitude-onderzoeken doorgenomen. Tenslotte richten we ons op de bron van taalvariatie.
Tijdens de gehele cursus wordt de student geleerd kritisch de onderzoeksmethodes te bekijken en deze wordt uiteindelijk geacht zelf de methodes te kunnen evalueren.
Donné en
Année(s) d'études |
Quadrimestre |
Théorie (h) |
Exercices (h) |
Crédits |
|
|---|---|---|---|---|---|
|
1er |
15 |
30 |
5 |
||
|
1er |
15 |
30 |
5 |
||
Méthode d'enseignement
Cours magistral avec participation active des étudiants, accompagné d'exercices pour la réalisation des travaux de recherche.
Evaluation
Examen oral +
Travail de recherche (écrit + présentation oral avec pour support un poster)
Evaluation permanente des activités et de la participation au premier semestre.
Prérequis
Avoir une bonne maîtrise réceptive et productive du néerlandais (min. niveau B1) et pour les étudiants en Langues et littératures germaniques avoir réussi le cours de "Stylistique et maîtrise du néerlandais II".

